Valse herinneringen

Door: Freerk Teunissen (www.bureauteunissen.nl)

Het menselijk geheugen is hogelijk onbetrouwbaar. Dat bewees Elisabeth Loftus al in 1974 en Freerk Teunissen liet het zien tijdens het interviewgala in de Amsterdamse Stadsschouwburg in 2011.

Hoe kan het dat de ene helft van de bezoekers in de Amsterdamse Stadsschouwburg zich meer klappen herinnerden dan de andere helft? Terwijl ze toch naar hetzelfde televisiefragment hadden gekeken.

Elisabeth Loftus deed in de jaren ‘70 onderzoek naar de invloed van taal op het geheugen en naar valse herinneringen. Haar experimenten en haar boek Eyewitness Testimony kregen een soort iconische waarde. Het is het begin geweest van een indrukwekkende reeks proeven naar de betrouwbaarheid van ooggetuigen.

In een van haar beroemde onderzoeken liet Loftus proefpersonen kijken naar een filmpje van twee op elkaar botsende auto’s. Daarna kregen de proefpersonen de vraag: hoe hard reden de auto’s? Maar de vraag was telkens anders geformuleerd. Sommigen kregen de vraag hoe hard de auto’s reden toen ze contact maakten, anderen de vraag hoe hard ze reden toen ze tegen elkaar opbotsten en weer anderen hoe hard ze reden toen ze tegen elkaar aan knalden.

De uitkomst van het experiment uit 1974 baarde opzien. Als het woord ‘contact’ was gebruikt dan schatten de proefpersonen gemiddeld in dat de auto’s 48 km per uur reden. Als gevraagd werd: ‘About how fast were the going when they smashed into each other?’ bedroeg de snelheid 62 km per uur.

Tijdens het interviewgala in de stadsschouwburg hebben we het Loftus-experiment herhaald. Bezoekers kregen aan het begin van de avond een fragment te zien van de talkshow van Karel van de Graaf. Tijdens de uitzending, oorspronkelijk uitgezonden op 3 december 1984, raken enkele gasten verwikkeld in een handgemeen. Na afloop kregen de bezoekers in de stadsschouwburg een formulier. Sommigen kregen een formulier waarin het ging over een vechtpartij, schoten en geweld. Anderen kregen neutralere beschrijvingen.

Later op de avond hebben we bezoekers gevraagd hoe lang het fragment volgens hen had geduurd en hoeveel klappen ze hadden gezien. De uitkomst bevestigde de hypothese van Loftus. De bezoekers die suggestieve informatie en vragen hadden gekregen over geweld en schoten herinnerden zich meer klappen en dachten dat het fragment langer had geduurd. Ze herinnerden zich gemiddeld 5,24 klappen (de andere groep herinnerde zich 4,75 klappen) en ze dachten gemiddeld dat het fragment 40 seconden langer had geduurd.

Aantal klappen Geschatte duur in seconden
Neutrale informatie 4,75 140
Suggestieve informatie 5,25 180

Het onderzoek van Loftus is om drie redenen ontzettend belangrijk voor journalisten. Ten eerste is het belangrijk om te weten dat ons geheugen kan veranderen. Stel dat een journalist vlak na een busongeluk passagiers interviewt en bij zijn vragen de geïnterviewden een beetje wil helpen door ze wat meer sturende vragen te stellen. Stel dat hij bijvoorbeeld vraagt: Wilde de chauffeur misschien uitwijken voor een egel? Dan kan het gebeuren dat een passagier die informatie als het ware incorporeert in zijn geheugen en drie maanden later een echte herinnering heeft van een egel die over de weg wandelt.

Ten tweede is het belangrijk dat oprechtheid geen garantie is voor de betrouwbaarheid van een herinnering. Voor mijn boek Het journalistieke interview uit 2008 heb ik veel journalisten gesproken en ik vroeg vaak hoe ze weten of een bron naar waarheid antwoordt. Ze zeggen allemaal dat ze dat aanvoelen. Maar dat aanvoelen gaat uit van de hypothese dat degene die de herinnering heeft het onderscheid kan maken tussen een valse herinnering en een ‘echte’ herinnering. En daar zit het probleem. Loftus leert ons dat een valse herinnering heel echt kan voelen. Een valse herinnering kan net zo echt zijn als een niet-valse herinnering.

Ten derde kunnen suggestieve vragen herinneringen veranderen. Als we praten over gebeurtenissen, over ervaringen, over herinneringen, dan kan dat de herinnering beïnvloeden. Overigens is het belangrijk dit te nuanceren.  Het omgekeerde is niet zo: het is niet zo dat suggestieve vragen per definitie de herinnering veranderen.

In de rechtspraak en bij politie en justitie hebben de bevindingen van Loftus al lang geleden geleid tot grote veranderingen. In de journalistiek nog niet.

Advertisements
This entry was posted in Interviewgala, Onderzoek Interviewen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s